Afbeelding

IJsbloemen

Column

Vorige week kreeg ik van Woonbedrijf een warmtepomp cadeau. Mooi gebaar, kostte me niks, terwijl de prijs van zo’n ding flink in de papieren loopt, een reden voor veel mensen om er niet aan te beginnen. Eerder zijn er, ook door Woonbedrijf, al zonnepanelen op mijn dak geplaatst, waarvoor ik wel huur betaal, die dan weer opweegt tegen de opbrengst!

Bij een warmtepomp dien je de temperatuur in te stellen op een vaste waarde. Hoger zetten als je het koud hebt is er niet bij, lager zetten als je het warm hebt ook niet. Je kunt een graadje schuiven maar het resultaat laat uren op zich wachten. Overdag en ’s nachts is de temperatuur in huis dus gelijk. Top, zou je zeggen, altijd overal lekker warm. ‘s Morgens niet meer zitten kleumen terwijl de verwarming zich over de kop werkt om van 15 naar 19 te klimmen, niet meer hoeven te denken om 10 uur ’s avonds dat-ie weer terug moet van 19 naar 15.

Fijn? Nee, niet fijn. Ik puf m’n huis uit! ‘Zet die thermostaat dan wat lager’, zou je zeggen, maar dat is de oplossing niet. Ik wil leven met de natuur! Dat doen we in Nederland nog nauwelijks, maar in mijn ouderwetse huis was nog altijd een temperatuurverschil voelbaar tussen dag en nacht. Buiten én binnen. Mijn nog slechts rudimentaire biologische ecosysteem wil mét de verwarming op- en afwarmen van dag naar nacht en andersom.

Het luttele beetje afzien dat van de 21e-eeuwse mens nog wordt gevraagd is met de warmtepomp voorgoed naar het verleden verbannen. Ik smul van boeken waarin de mens de vrieskou eronder krijgt met stookhout dat in barre omstandigheden moet worden gehakt en gezaagd, de handen half bevroren, pegels aan de neus; het genoegen van een dan toch eindelijk brandende kachel en de kop gloeiendhete thee als kroon op het werk.

Waren we ooit overlevers die tegen een stootje konden, nu zijn we watjes zonder weerstand die altijd wat te zeuren hebben.

Bloemen op de ramen, wat waren ze mooi!

Marjolijn Sengers