Afbeelding

Bus

Column

Tegenwoordig stap ik nogal eens in de bus. Ik ben nooit op de bus gericht geweest. Ik ben van de auto, de fiets en het lopen. Maar ik ontdekte dat ik met de snelbus in tien minuten in het centrum van Eindhoven ben. Bijkomend voordeel: ik spaar de belachelijk hoge parkeerkosten uit én ik blijf gevrijwaard van al het natte goeds dat van boven komt.

Maar hoe gemakkelijk ook, ik word van de bus zwaar mistroostig. Alles is er grauw. Het interieur, de vloer, de jassen van de meeste reizigers en ook de buitenlucht achter de met grijze folie bewerkte ruiten. Het ruikt er niet fris en wat je vastpakt is klef. Maar het meest mistroostige vind ik nog wel dat vrijwel iedereen op zijn mobieltje zit te turen. Alleen een paar oudere dames doen dat niet, maar daar zou je dan weer van willen dat ze dat dit ding juist wel uit hun karbiezen opdiepen, want het alternatief is kakelen, aan één stuk door. Ik ben inmiddels goed op de hoogte van het nut van zinkputten, het fokken van parkieten en, jawel, de werking van aardplaten op de diverse continenten, en vooral van wat de hard-getaalde dames daarvan vinden, want dat steken ze niet achter klapstoelen of hanglussen.

Wat me in de bus fascinéért is het draaiende deel, dat maakt dat lange bussen gemakkelijk de bocht kunnen nemen. Zet je er je voet op, dan draait de wereld onder je weg. Alles wat we zien, bedacht ik me terwijl de grijzigheid buiten aan me voorbijtrok, of het nou mooi bedoeld is of niet: het is door mensen ontworpen, van het kleinste dopje tot de grootste raketmotor, en dus ook het harmonica-mechanisme dat de bus flexibel maakt. Iemand moet hebben nagedacht over de kleur, de (af)stand van de schroefjes, de breedte, hoogte en diepte en weet ik veel wat nog meer.

Uiteindelijk pakte ik mijn mobieltje ook maar en legde de harmonica voor de eeuwigheid vast. Een beetje van dit en een beetje van dat plus een snufje kleur en het leven ziet er heel anders uit!

Marjolijn Sengers