Afbeelding

Roetveeglongen

Column

Elke keer als ik een roetveegpiet zie moet ik even terugdenken aan de Limburgse mijnwerkers van vroeger. Die zaten elke keer ook vol roetvegen als ze na hard werken weer boven de grond kwamen. Stoere helden! Maar na een leven van zwaar werk werden ze nauwelijks zestig jaar oud, de laatste jaren van hun leven vaak happend naar lucht. 

Ook herinner ik me nog dat bij mijn opa een bordje aan de muur hing met de wervende tekst: ‘EEN TEVREDEN ROOKER IS GEEN ONRUSTSTOOKER’. En ik vroeg me af: zou de rook die soms in mijn ogen prikte dus toch ergens goed voor zijn?! Pas jaren later kwam ik erachter dat je door roken van binnen ook helemaal zwart wordt, net als de witte gordijnen die oma elk jaar weer nodig in de was moest doen. 

Toch was toen al tientallen jaren bekend dat wie altijd op het platteland had gewoond mooi roze longen kon behouden. Maar stadsbewoners, zeker als ze in een industriegebied bij veel verkeer woonden, eindigden hun leven met longen vol zwarte strepen en vlekken. Niet zoveel verschil met die van mijnwerkers! Heel langzaam is sindsdien het besef hoe onmisbaar schone lucht is voor een goede gezondheid verder doorgedrongen.

In minder schone lucht gaan je longen er op den duur gewoon aan! Ook wie niet slim is wist dit toch eigenlijk altijd al? En iedereen had dit toch, eerlijk gezegd, gewoon zelf kunnen bedenken? Jammer alleen dat als er flink geld kan worden verdiend de daarbij ongewenste feiten tijdelijk kunnen worden verdoezeld. Soms zelfs heel lang. Ik geef maar één voorbeeld: Al in 1967 leerde ik op college dat asbest tot een onbehandelbare vorm van longkanker leidt. Pas in 1993 werd asbest definitief verboden….

Dringt het zelfs nu nog steeds niet voldoende door hoe onmisbaar, maar ook hoe kwetsbaar onze longen zijn? Ik denk dat dat zou kunnen komen omdat we met zoveel ademhalend vermogen geboren worden dat we er pas last van krijgen als je al heel veel daarvan kwijt bent. Onze luchtpijp vertakt zich maar liefst 17 maal(!) in steeds dunnere pijpjes die eindigen in blaasjes zo dun als een zeepbel. Die grenzen weer aan bloedvaatjes met een eveneens onvoorstelbaar dunne wand waardoor zuurstof onze bloedbaan kan bereiken. Ingeademde vuiltjes worden via een soort lopende band weer richting keel gevoerd. Een adembenemend geniaal geheel! 

Maar helaas: steeds meer buisjes lopen vol met plakkerige prut; de lopende band kan het niet allemaal meer aan; elastische ballonnen veranderen in papieren zakken. Niet meer om aan te zien. Wel adembenemend.

Jan Toorman