DE BREINAALD ‘Hart onder riem’Geert Wilders bezoekt Pastoorsmast

Breinaald

En het geschiedde in die dagen dat Grote Geert, in blijde verwachting van een radicaal-rechts kabinetje en omwolkt door zijn twaalf discipelen-met-oortjes, afreisde naar de Nuenense Pastoorsmast om, zoals sissend aan het bolwerk zijner tanden ontsnapte, inwoners ‘een hart onder de riem te steken’. (Overigens, Grote Geert - niet te verwarren met Geert Groote (1340 - 1384), want die was grondlegger van een vernieuwings- in plaats van een afbraakbeweging. Ander verschil: Geert Groote stierf aan de pest; Grote Geert geldt juist als verspreider van een pestilent klimaat.) Op het inmiddels beruchte terreintje werd Grote Geert afgelopen vrijdag opgewacht door de complete schare van zijn 3202 Nuenense kiezers, benevens de 3500 stemmers op de ooit liberale partij die zijn Heilsleer uit electoraal eigenbelang dreigt te gedogen.

Van onze redactie ‘Rechts – rechtser – erchst’

Aangezien Grote Geert journalisten ‘tuig van de richel’ acht, stelden wij ons wijselijk verdekt op achter een rododendron. Van daar zagen wij, hoe Grote Geert eerst door enkele gedogende VVD’ers met uiteraard weer een glas wijn in de hand, werd rondgeleid op de beoogde plaats delict. En passant vroeg de Grote Goeroe aan de autochtone bewoners van het terrein, een sprong konijnen: ‘Willen jullie je hier laten overspoelen door meer of minder gelukszoekers?’ De knaagdieren stampten ten antwoord ritmisch met hun achterpoten op de grond: ‘Mín-dér, mín-dér! Eígen hólbewóners éérst!’ Het aanwezige, lichtelijk aangeschoten dan wel lichtgeraakte wild uit omliggende wijken scandeerde die tekst enthousiast mee.

Schransende gelukszoekers

In zijn korte toespraak memoreerde Grote Geert het hoofdthema uit zijn verkiezingsprogramma: het stoppen van de tsunami aan overlastgevers. ‘In een Kijkduins hotel zag ik er laatst wel honderd!: schandelijk profiterend van kamers met grote tv’s, een zwembad, gratis eten en drinken! En dan nog die andere gelukszoekers die zich op luxe cruiseschepen tegoed doen aan gratis heerlijke buffetten!’ (Nou, zijn Nuenense toehoorders liep het water al in de mond...)

Toen de Grote Leider zijn bliksembezoek afsloot en zich richting limousine begaf, vormden zijn Nuenense getrouwen een erehaag, zwaaiend met zijn verkiezingsprogramma als waren het palmtakken bij zijn zegetocht op een ezel door het Jeruzalem van zijn, na Rusland meest geliefde terreurstaat, Israël. En zij zongen: ‘Hosanna, Grote Geert!’ – te vroeg voor de (af)gang naar zijn eigen Golgotha, onwetend nog van de onafwendbare vruchtafdrijving van zijn kabinetje.